Na bijna twintig jaar onderhandelen hebben de Europese Unie en India een vrijhandelsakkoord (FTA) afgerond. Zodra dit akkoord formeel wordt goedgekeurd en geratificeerd, zal het leiden tot een forse verlaging – en in veel gevallen het volledig wegvallen – van invoerrechten tussen beide economieën.
Het is het grootste handelsakkoord dat ooit door zowel de EU als India is gesloten. Maar belangrijker dan de omvang, is wat dit akkoord zegt over de richting waarin internationale handel zich beweegt.
Wat houdt het EU–India handelsakkoord in?
Volgens de Europese Commissie zullen de invoerrechten worden afgebouwd op:
- 96,6% van de goederen die de EU naar India exporteert
- 99,5% van de goederen die India naar de EU exporteert, gefaseerd over een periode van zeven jaar
Hierdoor wordt het voor Europese bedrijven structureel aantrekkelijker om handel te drijven met India. Tegelijkertijd krijgen Indiase producenten bredere toegang tot de Europese markt, onder andere voor producten zoals textiel, lederwaren, chemie, rubber, basismetalen en sieraden.
De verwachting is dat de Europese export naar India hierdoor richting 2032 zal verdubbelen en dat Europese bedrijven gezamenlijk miljarden euro’s aan invoerrechten besparen.
Waarom dit handelsakkoord meer is dan een tariefverlaging
Hoewel dit akkoord vaak wordt gepresenteerd als een economische deal, is het vooral een strategische keuze. De EU is al geruime tijd bezig haar afhankelijkheid van traditionele handelsblokken te verminderen en handelsrelaties te spreiden.
India past in dat plaatje als:
- een snelgroeiende afzetmarkt
- een alternatieve productielocatie
- een geopolitiek stabiele partner binnen een steeds complexer wereldwijd speelveld
Voor veel bedrijven betekent dit dat India verschuift van “interessant” naar “serieus te overwegen”.
Gevolgen voor internationale supply chains en sourcingstrategieën
Lagere of afgeschafte invoerrechten maken nieuwe businesscases mogelijk, maar zorgen er ook voor dat bestaande supply chains opnieuw tegen het licht worden gehouden.
We zien nu al dat bedrijven:
- India meenemen in sourcing- en productiestrategieën
- dual sourcing overwegen (bijvoorbeeld naast China of Zuidoost-Azië)
- volumes willen spreiden om risico’s beter te beheersen
Dit heeft directe gevolgen voor transportstromen, routing, voorraadposities en de inrichting van Europese distributiecentra.
Vrijhandel betekent niet minder douanecomplexiteit
Een veelgemaakte misvatting is dat vrijhandel automatisch minder douanewerk betekent. In de praktijk is vaak het tegenovergestelde waar.
Om gebruik te kunnen maken van preferentiële tarieven gelden:
- strikte oorsprongsregels
- documentatie- en bewijsverplichtingen
- juiste HS-classificatie en waardebepaling
Zeker bij complexe supply chains, waarin onderdelen uit meerdere landen komen, kan het aantonen van oorsprong uitdagend zijn. Fouten of onduidelijkheden leiden al snel tot correcties, naheffingen of vertragingen.
Het handelsakkoord verlaagt dus de financiële drempels, maar stelt tegelijkertijd hogere eisen aan compliance en voorbereiding.
Dit akkoord in de bredere Europese handelscontext
De timing van dit akkoord is opvallend. Tegelijkertijd zien we:
- de invoering van CBAM, dat extra administratieve verplichtingen oplegt bij de import van bepaalde goederen
- toenemende aandacht voor transparantie, duurzaamheid en herkomst
- strengere controles op e-commerce en laagwaardige importstromen
Samen zorgen deze ontwikkelingen ervoor dat bedrijven niet alleen goedkoper willen inkopen, maar ook beter inzicht nodig hebben in hun keten.
Wat betekent dit concreet voor Europese importeurs?
Voor Europese importeurs brengt het EU–India handelsakkoord zowel kansen als nieuwe verantwoordelijkheden met zich mee. Lagere of afgeschafte invoerrechten maken nieuwe handelsstromen aantrekkelijk, maar alleen wanneer aan de voorwaarden wordt voldaan.
In de praktijk betekent dit dat importeurs zich onder andere moeten afvragen:
- Voldoen onze producten aantoonbaar aan de regels van oorsprong om in aanmerking te komen voor preferentiële tarieven?
- Zijn HS-classificaties en douanewaarderingen correct en toekomstbestendig?
- Hoe borgen we dat documentatie ook bij controles of audits standhoudt?
- Wat is de impact op bestaande leveranciersstructuren en contracten?
Met name bij complexe supply chains, waarbij grondstoffen of halffabricaten uit meerdere landen afkomstig zijn, kan het aantonen van oorsprong uitdagend zijn. Zonder juiste onderbouwing vervallen tariefvoordelen en kunnen correcties of vertragingen ontstaan.
Voor veel importeurs is dit akkoord daarom een logisch moment om hun douane- en supply chain inrichting opnieuw te beoordelen. Niet vanuit urgentie, maar vanuit regie.
Waarom dit het juiste moment is om supply chains te herijken
Dit handelsakkoord zal niet van de ene op de andere dag alles veranderen. Juist daarom is dit een goed moment om:
- supply chain structuren opnieuw te evalueren
- te beoordelen of huidige douaneprocessen toekomstbestendig zijn
- inzicht te krijgen in mogelijke kansen én risico’s
Bedrijven die wachten tot regelgeving volledig is ingevoerd, lopen vaak achter de feiten aan. Bedrijven die nu al scenario’s doorrekenen, behouden controle.
Vooruitkijken in plaats van achteraf bijsturen
Het EU–India handelsakkoord is geen losstaand nieuwsfeit, maar onderdeel van een bredere beweging in internationale handel. Minder afhankelijkheid, meer spreiding en hogere eisen aan compliance.
Bij Van der Helm volgen wij deze ontwikkelingen nauwgezet, niet vanuit de waan van de dag, maar vanuit de vraag: wat betekent dit straks concreet voor goederenstromen, douaneprocessen en bedrijfsvoering?
Wie daar nu al over nadenkt, is beter voorbereid op wat komt.
Van der Helm Logistics ondersteunt bedrijven al decennia bij douane- en logistieke vraagstukken binnen internationale supply chains.